Nieuwe Kerk
In de eerste decennia van de negentiende eeuw breidde Den Helder zich uit. Het havengebied en de Rijkswerf bracht veel werkgelegenheid, bovendien ging de stad zich steeds meer manifesteren als marineplaats. Het aantal leden van de Hervormde Kerk nam sterk toe. In 1828 werd een verzoek gedaan aan de Koning voor een nieuw protestants kerkgebouw. Goedkeuring en het geld duurde enkele jaren, maar in 1837 kwam er eindelijk zicht op rijkssubsidie. De Hervormde Kerk kon naast de Oude Kerk op de Konijnsberg, nu tot een nieuwe kerk komen. De Nieuwe Kerk is in 1839 in gebruik genomen en is daarmee op dit moment de oudste kerk van Den Helder. De rijksbijdrage bedroeg f 26.400, daarbovenop kwam een provinciale en een gemeentelijke subsidie, waarmee de bouw van deze kerk bijna volledig is gesubsidieerd.
​

De Nieuwe Kerk, met de Petrus en Pauluskerk (1840) aan de Kerkgracht en de in 1944 afgebroken Westerkerk, zijn zogeheten waterstaatskerken. De term ’waterstaats-kerken’ verwijst naar het ministerie van Waterstaat - het toenmalige bouwministerie - dat toezicht hield op de kwaliteit van ontwerp en uitvoering. Sommige waterstaatskerken zijn door eigen ingenieurs van Waterstaat ontworpen: de beide Helderse water-staatskerken zijn een ontwerp van provinciaal opzichter ir. Hendrik Dansdorp en de provinciaal ingenieur Pieter Kock.
​
Er is nog een mooie bouwtekening bewaard gebleven.
In de eerste decennia van de negentiende eeuw breidde Den Helder zich uit. Het havengebied en de Rijkswerf bracht veel werkgelegenheid, bovendien ging de stad zich steeds meer manifesteren als marineplaats. Het aantal leden van de Hervormde Kerk nam sterk toe. In 1828 werd een verzoek gedaan aan de Koning voor een nieuw protestants kerkgebouw. Goedkeuring en het geld duurde enkele jaren, maar in 1837 kwam er eindelijk zicht op rijkssubsidie. De Hervormde Kerk kon naast de Oude Kerk op de Konijnsberg, nu tot een nieuwe kerk komen. De Nieuwe Kerk is in 1839 in gebruik genomen en is daarmee op dit moment de oudste kerk van Den Helder. De rijksbijdrage bedroeg f 26.400, daarbovenop kwam een provinciale en een gemeentelijke subsidie, waarmee de bouw van deze kerk bijna volledig is gesubsidieerd.
Een randvoorwaarde voor de bouw van de Nieuwe Kerk, was dat marine en Rijkswerf personeel gebruik konden maken van de kerk. Praktisch gezien moest de nieuw te bouwen kerk daarom in de nabijheid van de Rijkswerf komen. Het Helderse aannemersbedrijf Hendrik J. Leewens deed het timmerwerk. Zowel Dansdorp als Leewens werkten ook al samen aan de Petrus en Pauluskerk die in 1840 werd opgeleverd. De kerk werd niet direct voorzien van een toren, deze kwam pas in 1843 en werd gebouwd door aannemer Hendrik Rippens. De aangebouwde pastorie, via een tussenbouw verbonden met de kerk, komt uit 1875. Als geschiedschrijver Den Bouwmeester in 1847 verslag doet van de kerk is hij niet erg onder de indruk. Hij schrijft: ‘Jammer dat de godsdienstige ernst niet wordt opgewekt, behalve door het indrukwekkende woorden, ook door het welluidend orgelspel'. Wat bedoelt Den Bouwmeester hier te zeggen? Het is namelijk niet bekend of de kerk bij oplevering gelijk een orgel heeft gehad, want pas in 1861 werd door de orgelbouwer Van Dam en zn. een nieuw orgel in de kerk gebouwd. Deze orgelbouwer kwam uit Leeuwarden en heeft veel orgels geplaatst in kerken van de Noordelijke Provincies. Het orgel werd voorzien van twee klavieren en staat nog steeds in de kerk. Omdat de Nieuwe Kerk verbonden was met de marine had deze kerk meer elitair karakter dan de Westerkerk, die tot voor de oorlogsjaren ook in gebruik was door de hervormde gemeente.
De typische zaalkerk met ingezwenkte topgevels en een dakruiter, werd daarom in de lengterichting loodrecht op de Weststraat gebouwd. Het gebouw is voorzien van een aantal rondboogvensters.

​
​
​
​
Op lage hoogte vliegen de Mosquito’s langs de Waddeneilanden en over het wad terug. Eén voor één naderen ze de omgeving van Den Helder. Het toestel van piloot Edward Simons en navigator Thomas Balmforth blijkt daarbij geraakt en heeft moeite hoogte te houden. De inmiddels gealarmeerde luchtdoelbatterijen rond Den Helder zijn paraat. Zodra het vliegtuig in zicht komt, wordt het onder vuur genomen. Enkele voltreffers zorgen ervoor dat het toestel snelheid verliest en langzaam hoogte inlevert.
Terwijl het toestel richting de Rijkswerf vliegt, weten de bemanningsleden dat een crash onvermijdelijk is. Ze laten nog snel hun bommen vallen — zonder ze op scherp te zetten — waardoor de blindgangers in de haven en op de Rijkswerf terechtkomen. Het vliegtuig raakt vervolgens de torenspits en het dak van de Nieuwe Kerk, evenals het dak van de naastgelegen pastorie, om uiteindelijk neer te storten in de achterliggende woonwijk. De ravage is enorm. De HEMI-melkfabriek wordt getroffen, evenals de Californiestraat en de Palmstraat. De Kapperstraat wordt volledig verwoest en zal door dit voorval ophouden te bestaan. Door de klap worden de brandstoftanks van het vliegtuig opengescheurd, wat een felle brand veroorzaakt die nog meer huizen beschadigt. Bij deze crash komen vier burgers om het leven.
​Op de ochtend van 30 oktober 1942 maken acht Mosquito's MK IV zich gereed op vliegveld Markham, Norfolk, voor een missie naar een industriegebied bij het Lingen-Eemskanaal in Duitsland. Rond het middaguur stijgen ze op en kiezen ze op grote hoogte de wolken op om dekking te zoeken. Wanneer ze de eerste Wadden-eilanden passeren, verslechtert het zicht echter drastisch en besluiten de piloten lager te vliegen. De toestellen worden inmiddels door de Duitse radar opgemerkt, en vanaf het vliegveld bij Leeuwarden stijgen Duitse jagers op. Boven Leeuwarden ontstaat een luchtgevecht, waarop de Britse formatie besluit de missie af te breken en terug te keren naar Engeland.
De gevolgen van de oorlogsschade zijn nog zichtbaar in het houtwerk van de klokketoren én de pastorie. Voor de oorlog had de pastorie een puntdak. Na de vliegtuigsschade moest de pastorie verder met een plat dak. De afname van het aantal kerkgangers in de jaren zestig van de vorige eeuw ging snel. Er was bovendien behoefte aan nieuwere en modernere kerkgebouwen; in 1957 was de Johanneskapel in gebruik genomen en een jaar later de Opstandingskerk. In 1971 werd de Nieuwe Kerk buiten gebruik gesteld door de Hervormde Gemeente. Daarna werd het verkocht aan de Volle Evangelie Gemeente, die het in 1990 verkocht aan de evangelische gemeente 'De Ambassade'.
De Nieuwe Kerk is altijd een uitgesproken marinekerk geweest. Dankzij haar ligging tegenover de ingang van de Rijkswerf en de marinebasis maakten officieren en ander marinepersoneel regelmatig gebruik van het kerkgebouw. In de negentiende eeuw was het zondagse beeld dan ook typerend: in keurige colonne trok het marinepersoneel, begeleid door het tamboerkorps, naar de kerk. Niet iedereen kon dit militair vertoon waarderen. Zowel de antimilitaristische Anne de Koe als de doopsgezinde Pieter Jans Smidts spraken er hun afkeuring over uit. Tijdens de verbouwingen in de achterliggende jaren is de adelborstenbank teruggevonden.


François Haverschmidt, beter bekend onder zijn pseudoniem Piet Paaltjens, is een van de bekendste predikanten geweest van de Nieuwe Kerk, hoewel hij deze slechts twee jaar heeft gediend. Als predikant en dichter behoorde hij duidelijk tot de modernere stroming. Met orthodoxe geloofswaarheden had hij weinig op. Een plaquette aan de zijkant van de kerk herinnert aan zijn periode in de Nieuwe Kerk.




De Nieuwe Kerk werd getroffen door een neerstortend Brits vliegtuig, dat door het afweergeschut in brand was geschoten. Bij de inslag werden het dak en de toren zwaar beschadigd, maar het gebouw kon nog worden hersteld.